Tekst opmaken

    Overzicht: niveaus van opmaak

    Er zijn drie niveaus van tekstopmaak in MuseScore:

    1. Tekststijl
    2. Tekstobject
    3. Karakter

    Tekststijl

    Wanneer je een tekstobject in de partituur gebruikt, neemt het automatisch een stijl aan die past bij zijn klasse. Een tempomarkering heeft bijvoorbeeld de stijl "Tempo", een vingerzettingsnummer, de "vingerzetting" stijl enzovoort.

    Een stijl bestaat uit een groep teksteigenschappen (lettertypegrootte, uitlijning, verschuiving, etc.) met specifieke waarden. Je kunt het volledige scala aan tekststijlen bekijken in OpmaakStijlTekststijlen.

    Om de stijl van een geselecteerd tekstobject te controleren, klik je op de knop Meer in het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel. De stijlnaam zal zichtbaar zijn onder "Tekststijl".

    Tekststijl is het hoogste niveau van opmaak.

    Tekstobject eigenschappen

    De teksteigenschappen van een bepaald, geselecteerd tekstobject kunnen worden bekeken en bewerkt in het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel.

    Dit is het tweede niveau van opmaak: het tekstobject niveau.

    Opmaak van karakters

    Individuele karakters binnen een tekstobject kunnen zelf onafhankelijk worden opgemaakt.

    Dit is het derde niveau van opmaak: het karakter niveau.

    Opmaak hiërarchie

    De opmaak van Karakters heeft voorrang op de opmaak van Tekstobject, die op zijn beurt voorrang heeft op de opmaak van Stijl.

    Teksteigenschappen toepassen

    Toepassen op een tekstobject

    Nadat je op een tekstobject hebt geklikt kun je de teksteigenschappen ervan bewerken in het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel.

    Tekst eigenschappen

    Klik Meer om te zien:

    Meer tekst eigenschappen

    Toepassen op karakters

    Om de karakters in een tekstobject te bewerken, moet je de tekstbewerkingsmodus openen met behulp van een van de volgende methoden:

    • Dubbelklik op het tekstobject.
    • Selecteer het object en druk op F2 of Alt+Shift+E.
    • Klik met de rechtermuisknop op het element en selecteer Bewerk element.

    Vervolgens kun je opmaak toepassen op gemarkeerde tekens met behulp van het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel en/of sneltoetsen (zie Tekst bewerken).

    Houd er rekening mee dat bepaalde eigenschappen in het Eigenschappen paneel niet van toepassing zijn op karakters, zoals "Uitlijning", "Kader", "Tekststijl" enzovoort. Als je ze probeert toe te passen, worden ze in plaats daarvan op het tekstobject toegepast.

    Standaardstijl instellingen

    Als je de standaard stijl eigenschappen van een bepaalde klasse objecten wilt wijzigen kun je dit doen in het Stijl menu: Selecteer in de menubalk OpmaakStijlTekststijlen.

    Het is echter vaak beter om dit vanuit het Eigenschappen paneel zelf te doen:

    1. Selecteer een partituurobject van de betreffende stijl.
    2. Pas een eigenschap aan.
    3. Klik op de ellips (...) boven de eigenschap en selecteer "Sla op als standaardstijl voor deze partituur".
    4. Herhaal indien nodig voor andere eigenschappen.

    Andere tekststijl selecteren

    Als je de tekststijl wilt wijzigen die aan een tekstobject is gekoppeld:

    1. Klik op het tekstobject.
    2. Klik op Meer in het Tekst gedeelte van het Eigenschappen paneel.
    3. Selecteer een nieuwe stijl in de keuzelijst onder "Tekststijl".

    Positie

    Voor tekstobjecten die voor notenbalken worden gebruikt kan de standaardpositie boven of onder de notenbalk zijn. Dit kan op stijl- of tekstobjectniveau worden gewijzigd met de eigenschap Positie (Boven/Onder).