Eigenschappen paneel

Deze vertaling is verouderd. Raadpleeg de originele Engelstalige pagina: Properties panel

    Het Eigenschappen paneel toont instellingen voor objecten die je selecteert in de partituur. Het stond bekend als het "Instellingenoverzicht" in MuseScore 2 en 3.

    Je kunt één object selecteren (bijvoorbeeld een dynamische markering) of meerdere objecten tegelijk (bijvoorbeeld een dynamische markering, een nootkop en een crescendo teken). Als een van de door jou geselecteerde objecten bewerkbare instellingen bevat, kun je ze vinden in Eigenschappen.

    Een belangrijk aspect van Eigenschappen is dat het standaard alleen van invloed is op de objecten die je hebt geselecteerd, dus als je het uiterlijk van een crescendo teken wijzigt, worden niet alle tekens in je partituur gewijzigd - alleen het teken dat je hebt geselecteerd. Voor de meeste instellingen kun je echter ook kiezen voor opslaan als de standaardstijl voor de partituur.

    Toegang tot het Eigenschappen paneel

    Klik in het venster Partituur op het tabblad Eigenschappen in het paneel aan de linkerkant van het scherm:

    Afbeelding van Eigenschappen paneel met muiscursor

    Globale instellingen

    Zo ziet het Eigenschappen paneel eruit als je niets geselecteerd hebt in je partituur. Deze instellingen zijn van invloed op je volledige partituur (niet alleen individuele elementen):

    Afbeelding van het Eigenschappen paneel wanneer niets is geselecteerd

    Laat zien

    • Onzichtbare elementen verbergt/toont alle onzichtbare objecten in je partituur
    • Kaders verbergt/toont Kaders
    • Opmaak verbergt/toont opmaak elementen toegevoegd vanuit het opmaak palet
    • Paginamarges verbergt/toont de paginamarge

    Partituur uiterlijk

    • Lege notenbalken verbergt/toont notenbalken die geen genoteerde muziek binnen een systeem bevatten. Deze instelling komt overeen met de Lege notenbalken in systeem verbergen instellingen in het Stijl dialoogvenster.
    • Pagina instellingen activeert het Pagina-instellingen venster.
    • Stijl instellingen activeert het Stijl venster.

    Algemene instellingen

    Deze instellingen zijn zichtbaar wanneer er iets in je partituur is geselecteerd.

    Afbeelding van Eigenschappen paneel wanneer element is geselecteerd

    Zichtbaar

    Klik op dit vakje om geselecteerde elementen te verbergen/zichtbaar te maken of gebruik de sneltoets V.

    Gebruik deze functie om elementen te verbergen zodat ze niet verschijnen in je geëxporteerde of afgedrukte partituur. Dit kan handig zijn als je bijvoorbeeld tempomarkeringen of dynamiek toepast om alleen het afspelen in MuseScore te beïnvloeden. Gebruik de optie Onzichtbare elementen in Eigenschappen (als er niets is geselecteerd) om deze verborgen elementen in de partituurweergave te tonen of te verbergen (verborgen elementen worden weergegeven in een lichtere tint).

    Automatisch plaatsen

    Meestal standaard aangevinkt, positioneert deze functie het geselecteerde object volgens MuseScore's algoritmen voor het vermijden van verticale en horizontale botsingen. Haal het vinkje weg bij Automatisch plaatsen om meer controle te hebben over de positionering van bepaalde elementen. Lees meer over deze functie in Elementen positioneren.

    Klein formaat

    Deze functie wordt gebruikt om kleine cue-noten te creëren: d.w.z. noten die worden geschreven om de uitvoerende te helpen door aan te geven wat een ander ensemble-/orkestlid tegelijkertijd speelt. Als je het vakje aanvinkt, worden alle geselecteerde noten kleiner, inclusief hun stokken en eventuele daaraan gekoppelde waardestrepen.

    Speel af

    Standaard aangevinkt, zorgt deze optie dat het geselecteerde element hoorbaar is tijdens het afspelen. Haal het vinkje weg als dit niet gewenst is.

    Afspeel instellingen

    De knop Afspelen geeft de bewerkbare afspeeleigenschappen van het element weer (als die er niet zijn, wordt deze knop grijs weergegeven).

    Afbeelding van het Eigenschappen paneel met afspeelinstellingen

    Uiterlijk instellingen

    Afbeelding van het Eigenschappen paneel met uiterlijkinstellingen

    Ruimte voor

    Dit verandert de voorloopruimte van geselecteerde elementen: d.w.z. de ruimte voor het element. De aanpassing van de voorloopruimte wordt toegepast op alle notenbalken, zodat noten op dezelfde tijdpositie uitgelijnd blijven.

    Maatbreedte

    Dit verandert de breedte van de maat in verhouding tot de oorspronkelijke breedte: b.v. 1,5 = anderhalf keer de standaardbreedte.

    Minimum afstand

    Dit wordt gebruikt door het algoritme om botsingen automatisch te plaatsen te voorkomen en is alleen van toepassing op elementen die standaard boven/onder de notenbalk worden toegepast, zoals notenbalktekst, dynamiek, vingerzettingen, lijnen enz. Het stelt de minimale afstand in (in sp.) van de geselecteerde objecten uit andere elementen die dichter bij de notenbalk staan of de notenbalk zelf.

    Correctie

    Elementen nemen een standaardpositie in. De horizontale/verticale verschuiving geeft je een preciezere manier om een element te positioneren dan het te slepen of te verplaatsen met de toetsenbordpijlen.

    Uitlijnen op raster

    Met deze functie kun je sleepbewerkingen beperken tot stappen van een gewenste afstand. Eerst moet je het vakje Uitlijnen op raster aanvinken en vervolgens op Configureer raster drukken en de gewenste horizontale/verticale stapafstanden instellen.

    U kunt Uitlijnen op raster naar wens in- of uitschakelen door het vakje aan of uit te vinken.

    Rangschikken

    De vier knoppen in deze sectie bepalen hoe overlappende elementen worden getekend. Ze werken als volgt:

    • Naar voren verplaatst het geselecteerde element voor het volgende element
    • Naar achteren verplaatst het geselecteerde element achter het volgende element
    • Naar voorgrond verplaatst het geselecteerde element voor alle andere elementen
    • Naar achtergrond verplaatst het geselecteerde element achter alle andere elementen, inclusief de notenbalklijnen

    Kleur

    Klik op deze knop om de kleur van geselecteerde elementen te wijzigen. Kies een vooraf ingestelde of aangepaste kleur of creëer je eigen kleur. Dit wordt opgeslagen voor toekomstig gebruik in de lijst met aangepaste kleuren.

    Standaardwaarde opslaan en herstellen

    Nadat je een bepaalde instelling hebt gewijzigd, kun je op de menuknop "drie puntjes" naast de instelling klikken om een menu weer te geven waarmee je de instelling kunt Herstel naar standaardwaarde voor de partituur of Sla op als standaardstijl voor deze partituur. De laatste optie is alleen beschikbaar voor eigenschappen die overeenkomen met stijlinstellingen maar dit geldt voor veel van de eigenschappen in dit paneel.